Op 10 mei begon ons motoravontuur bij EagleRider in Las Vegas. Na het ompakken van de bagage, het installeren van de navigatie en een proefrondje vertrokken we rond het middaguur richting Springdale. De route voerde ons in verzengende hitte langs de noordkant van Lake Mead en door de Valley of Fire, waar we een jaarpas voor de nationale parken kochten. In Overton lunchten we bij het authentieke Criss Angel’s BLP en kregen we van een ouder stel tips voor Zion en Bryce.
Via Arizona reden we Utah binnen, waarbij de klok een uur vooruitging. In St. George zochten we bij ongeveer 40 graden even de schaduw op. Een passerende Harley-rijdster stopte spontaan om te vragen of alles goed met ons ging. Aan het begin van de avond bereikten we Springdale, moe van de lange, droge en schroeihete rit, maar meteen weer onder de indruk van het landschap van Zion.
Op 14 mei vertrokken we vanuit Springdale naar Bryce Canyon City. Ik reed op de motor, terwijl Lisette met Scott in de auto meeging. Onze eerste stop was nog vlak bij Zion, voor de korte maar fraaie Canyon Overlook Trail.
Daarna reden we via Mount Carmel Junction, waar we bij het ouderwetse Thunderbird Restaurant lunchten, en vervolgens door het kleurrijke Red Canyon richting Bryce. We reden rustig door het prachtige landschap en stopten onderweg voor foto’s. Tegen het einde van de middag bereikten we Bryce Canyon City. Daar verruilden we onze reiskleding voor wandelkleding en liepen we langs Sunset en Sunrise Point. Hoe vaak we Bryce ook zien, het blijft indrukwekkend mooi en verveelt nooit.
Op 16 mei maakten we vanuit Bryce een grote motorlus naar Cedar Breaks. Omdat de informatie over nog steeds bestaande (!)wintersluitingen tegenstrijdig was, draaiden we onze geplande route om. Via Panguitch Lake en de SR-143 reden we naar het hooggelegen Cedar Breaks National Monument. Daarna konden we over de toch geopende SR-148 en de SR-14 via Duck Creek en Long Valley Junction terugrijden richting Bryce.
Bij Cedar Breaks liepen we de Alpine Pond Loop, een van de mooiste wandelingen van onze reis. Op ongeveer 3.000 meter hoogte liepen we tussen sneeuwvelden, omgevallen bomen en weidse uitzichten. In Duck Creek stopten we voor een hamburger en een salade. Op de terugweg pakten donkere wolken zich samen. Lisette stapte bij Scott in de auto en ik kreeg op de motor de eerste regendruppels te verduren. Met sneeuw en temperaturen tot –4 graden in de voorspelling hadden we het gevoel dat we precies op tijd uit het berggebied vertrokken.
Op 17 mei reden Lisette en ik van Bryce Canyon City naar Torrey. Na een avontuurlijk bezoek aan de Mossy Cave Trail, waarbij we door de rivierbedding naar de waterval liepen en behoorlijk nat werden, stapten we op de motor voor het mooiste deel van onze reis: Scenic Byway 12 via Escalante, Boulder en Boulder Mountain naar Capitol Reef.
In Escalante lunchten we bij Outfitters, waar we uitstekende pizza en carrot cake kregen. Daarna volgde een aaneenschakeling van perfect asfalt, heerlijke bochten, rode rotsen, diepe canyons en overweldigende vergezichten. De weg naar Capitol Reef riep alleen maar superlatieven bij ons op. Op het bijna 3.000 meter hoge Boulder Mountain sloeg het weer echter om. Het werd koud en winderig en donkere wolken kondigden regen en mogelijk sneeuw aan.
Rond 18.15 uur bereikten we het Capitol Reef Resort bij Torrey. Het was een schitterende motordag, maar door het gure slot waren we extra blij met onze warme King Cabin.
Op 20 mei volgde onze lange terugrit van Torrey naar Las Vegas. Bij een temperatuur van ongeveer vier graden vertrok ik alleen op de motor, terwijl Lisette vanwege de kou aanvankelijk met Scott meereed. Via Koosharem en het ouderlijk huis van Butch Cassidy reden we naar Panguitch.
Daar was het inmiddels warm genoeg geworden voor Lisette om weer achterop te stappen. Vervolgens reden we door Zion, waar vlak voor de donkere Zion–Mount Carmel Tunnel een wesp mijn helm in vloog. Dat liep goed af, toen ik snel een stop maakte om het dier te laten wegvliegen.
Na een korte lunch in Springdale vervolgden we onze route via La Verkin en Hurricane naar de Interstate 15. De tijd begon te dringen, zodat Lisette opnieuw bij Scott in de auto stapte en ik stevig doorreed door de Virgin River Gorge, Arizona en Nevada. Onderweg liep de temperatuur op van vier naar ruim dertig graden en wonnen we dankzij de tijdzone een uur.
Verkeer, harde-windwaarschuwingen en een kijkersfile na een zwaar ongeluk hielden de spanning erin. Na een laatste tankstop reed ik de motor om 16.55 uur bij EagleRider naar binnen, slechts enkele minuten voor sluitingstijd. Daarmee eindigde het motordeel van onze reis: soms bloedheet, soms winters koud en geregeld improviserend, maar vooral rijdend over wegen en door landschappen die voor ons tot de allermooiste van de Verenigde Staten behoren.
Index Motorreizen |
E-mail:motorreizen@allure.nl